Home
Alphen
Agenda
Downloads
Fotoalbums
Links
Nieuwsarchief
Plattegrond
Contact Site

Wat is WHAM
Onze Collectie
Nieuwsbrieven
WHAM Winkel
Contact WHAM

Bedrijvigheid
Bidprentjes
Gebouwen
Ontmoetingen
Prinsengalerij
Religie
Signalement
Straatnamen
Zoekplaatjes

 

Gebouwen

De oude stoomgemalen aan de Schans


Stof van Lambertus Henzen, Dineke van Geffen-Daanen en Hendrik Daanen.

Het gemaal 'Leeuwense Sluis' is gebouwd in 1914 en was voorzien van een stoommachine - merk Jaffa - gefabriceerd door Lowie Smulders te Utrecht. Deze machine was ± 200 pk en dreef rechtstreeks een centrifugaal pomp aan, die een waterverplaatsing had van ongeveer 250 m3 per minuut.

Deze machine bemaalde de polders van Leeuwen Boven en Leeuwen Beneden, alsmede een stukje van Wamel en Puiflijk. Dit gemaal werd door de machinist Strijbosch bediend en Wim Savelkouls was hier stoker en tweede machinist. Johannes Henzen sr. en Jan van Toor waren stokers.

Genoemd gemaal is in 1954 gesloopt. Daarna heeft het nog dienst gedaan als woning voor Koos van Heck. Later heeft zijn broer Janus van Heck er een snackbar van gemaakt. De familie Bernard Story heeft deze ook nog wat jaartjes verzorgd. In december van het jaar 1979 is het verbouwd en geopend tot 'Disco-Bar-Dancing De Schans'. Zo kan men het nu nog zien staan aan de Schans.

Dan het gemaal 'Rijk van Nijmegen en Maas en Waal'.
Machinist was H. Daanen. Tweede machinist was Marinus van de Velden en stokers Jan van Mil en Janus Gravers. Dit werk was voor de stokers seizoenwerk dus waren zij niet in vaste dienst.
Genoemd gemaal 'Rijkse Sluis' was uitgerust met een gelijkstroom stoommachine van de firma Stork en was 250 pk. Het had een waterverplaatsing van 300 m3 per minuut. Ook dit gemaal is in 1914 gebouwd en verzorgde de waterhuishouding van de polders van Druten tot aan het Maas en Waalkanaal. Deze polders waren voor een bemaling van ± 3.500 ha., maar omdat ze wat hoger lagen behoefde het gemaal minder draaiuren te maken dan de Leeuwense Sluis. Dit gemaal noest wel meer water verplaatsen, daarom een grotere machine en een grotere pomp.

Bij Daanen kunnen Hendrik en Dineke nog herinneren dat hun vader vertelde: 'Nu hebben we 59 dagen en nachten gedraaid zonder ook maar 1 minuut te stoppen'. Dat was voor wat oudere machines een hele prestatie.

De gemalen werden gestookt met grote brokken of bonken vette kolen. Vroeger ± 1920 kwamen de schepen met de kolen vlakbij de Sluis. De kolen werden dan opgeschept in zakken. Oudere mensen moesten scheppen en de jongere - o.a. de gebroeders Henzen - droegen de kolen zo naar de kolenloodsen. Later legden de schepen aan bij het Schanse veer (bij de loswal).
In het veerhuis bij de fam. Savelkouls-van Teeffelen werd dan ingeschreven voor het vervoer met kar en paard om de kolen op de plaats te brengen. Ingeschreven werd dan door Engelbart en Gerrit Smits enz.. Tinus Smits heeft ook nog gereden. Toen was hij nog maar een jongen van ongeveer 15 jaar.

In de oorlog hadden de mensen maar bonnen voor een beetje kolen. Dan gaf de burgemeester wel eens extra bonnen uit voor zieke mensen en die werden dan ook wel bij de stoomgemalen gehaald.

In 1954 is ook het gemaal van het Rijk van Nijmegen gesloopt. Het Rijksmachine is toen verkocht en zou dienst gaan doen voor meelopslag, maar dat ging niet door. Toen is het gekocht door Frans Jagtenberg, die begon er een smederij in. Has van Os en Leo de Leeuw hebben samen als knecht bij Jagtenberg in de smederij gewerkt. Later zijn er manden in opgeslagen. Maar toen is op een keer het gebouw door brand verwoest. Nu kan men nog de restanten van het gebouw overeind zien staan (in de muur is nog een steen ingemetseld).

Eens waren de machines de trots van de Schans (zie gedicht van Dineke van Geffen-Daanen). Bij de oudere mensen van de Schans is er altijd nog de geschiedenis van de gezelligheid op de sluismuren.

Deze twee stoomgemalen konden ook altijd draaien, want die draaiden rechtstreeks op de Maas. Machinist Daanen was van zijn beroep smid, zoals men dat vroeger noemde. Hij was zijn vak goed meester.
Toen hij solliciteerde als machinist had hij een verdienste van f 800,- per jaar en vrij van huur, stook en licht. Dezelfde tijd solliciteerde hij in Hulst als leraar aan de Ambachtsschool. Daar kon hij f 1.200,- per jaar krijgen. Maar Daanen nam het in Maas en Waal, want daar kon hij mooi wonen met een vrij uitzicht over de polders. Hij kon daar ook veel klussen, dat ook veel in het laatje bracht voor zijn groot gezin.
Toen Daanen zijn beroep leerde bij een smid, moest hij nog f 100,- per jaar erbij geven in plaats van dat hij iets verdiende, Hij mocht dan wel gratis een pijpje stoppen van de baas, vertelde hij later aan zijn kinderen.
Zo zijn Strijbosch en Daanen altijd dezelfde machinisten gebleven.

Dan had men nog het Maasbommelse gemaal. Het witte gebouw op de hoek Nieuweweg - Dijkgraaf de Leeuwweg.
Machinist was daar Fliervoet en later Greeb. Dit gemaal was voor de, polder Maasbommel.
Bij hoge waterstand van de Maas kon dit gemaal niet draaien, omdat het boezemwater dan niet meer naar de Maas kon vloeien. Dit gemaal was ook ouder: ± 1900. Men verhoogde de wallen wel eens. Dan draaide men het water in de uitvliet en later op de Maas. Tussen de wallen liepen de watergangen naar de gemalen.

Dit is dan een beetje geschiedenis van de gemalen aan de Schans.

Wham logo

 


website by AageM