Home
Alphen
Agenda
Fotoalbums
Links
Nieuwsarchief
Plattegrond

Wat is WHAM
Onze collectie
Nieuwsbrieven
WHAM winkel
Wordt donateur
Contact WHAM

Ansichtkaarten
Bedrijvigheid
Bestuur
Bidprentjes
Brand
Criminaliteit
Gebouwen
Genealogie
Luchtfoto's
Maaswerken
Mooi Alphen
Muziek
Natuur
Onderwijs
Ontmoetingen
Oorlog
Ouwe kranten
Prinsengalerij
Publicaties
Religie
Signalement
Straatnamen
Verenigingen
Video's
Watersnood
Zoekplaatjes

Nieuw op de site
Zoeken op de site
Contact site

 
Maaswerken

Overzicht van de Maaswerken bij Alphen


De rivier de Maas heeft door de jaren heen de bewoners van haar oevers voor- en tegenspoed gebracht. Als verbindingsweg was een rivier in vroeger tijden van groot belang. Steden en belangrijke plaatsen ontstonden langs de rivieren, waarover handelswaren konden worden vervoerd. Vissers verdienden er de kost. Mensen woonden op veilige hoogten en regelmatige overstromingen zorgden voor vruchtbare lagen op akkers en weilanden.

De problemen begonnen toen men ook de lagere gedeelten ging bewonen. Het overspoelen door het rivierwater werd ingedamd door dijken te bouwen. Maar omdat de Maas een regenrivier is, gebeurde het vaak dat het water in het najaar niet voldoende binnen de ruimte tussen de dijken weg kon stromen.

Overstromingen van bewoond gebied waren het gevolg. Anderzijds was in de droge zomerperiode de waterstand soms zo laag dat transport over het water problemen opleverde.
De Maas tussen Grave en Lith vertoonde veel bochten. Daardoor kwam de waterafvoer in dit gebied vaak in de knel.
Dijkdoorbraken
Dijkdoorbraken van de Maas van 1750 tot 1820

Men bedacht een oplossing om dijkdoorbraken te voorkomen. Bij het plaatsje Beers werd vóór de Maasbochten de dijk lager gehouden. Bij teveel aanvoer van water zou dan de overstroming op deze plek plaatsvinden. Als het water tussen 15 november en 15 maart hoger kwam dan 10.35 meter kon het water door deze zogenaamde Beerse Overlaat over de Brabantse landerijen stromen, langs Oss naar Den Bosch, waar het water dan weer terugkwam in de Maas. De rest van het jaar (zomerperiode) mocht het lagere dijkgedeelte met zandzakken worden verhoogd.

De bewoners van dit gebied waren natuurlijk niet erg gelukkig met deze situatie. Ze waren ook jaloers dat Gelderland aan de overkant van de Maas gespaard bleef van de overlast.
Vele plannen werden er gemaakt om iets aan de toestand te verbeteren.
Beerse Overlaat
Stroomgebied van de Beerse Overlaat

Zelfs Napoleon liet in 1810 zijn ingenieurs over dit probleem nadenken. Zij kwamen al met de oplossing om iets te doen aan de vele bochten in de Maas.

De dijkdoorbraken ontstonden ook vaak doordat enorme ijsschotsen over elkaar heen schoven en zo een dam vormden in de rivier. Er was in die tijd nog een open verbinding met de Waal. Zo kwam het Waalwater in 1855 in de Maas terecht en veroorzaakte daar een dijkbreuk bij Lith.

C.W. Lely
Ingenieur C.W. Lely
De bekende ingenieur C.W. Lely kreeg in 1924 opdracht van de regering een plan te bedenken om de Maas te temmen.
Zo kwam men op de gedachte om een kanaal te graven van Grave naar Den Bosch, of een nieuwe Maasbedding, waarbij de bestaande Maas dan dichtgemaakt zou worden.
Lely was nog volop met zijn plannen bezig toen in 1926 opnieuw een grote watersnood het Land van Maas en Waal onder water liet lopen. De plannen moesten daarna met spoed worden aangepakt.
Lely bedacht dat het belangrijk was dat het Maaswater beter zou kunnen doorstromen en de overlaat bij Beers dichtgemaakt kon worden, maar hij zag ook dat het belangrijk was dat de waterstand in de Maas geregeld zou kunnen worden. In de praktijk betekende dat dus de grootste bochten van de Maas afsnijden en stuwen bouwen.

In het begin van de jaren dertig werd gestart met de aanleg van een nieuwe sluis tussen de Maas en de Waal bij het oude fort St. Andries. Vervolgens werd de bocht in de Maas bij Alem gedempt en een nieuw gedeelte van de Maas gegraven. Alem kwam daardoor aan de andere kant van de Maas te liggen en hoorde ook voortaan bij een andere provincie (Gelderland i.p.v. Noord-Brabant). Het gevolg was dat boeren nu soms eerst over de pont moesten om bij hun land te komen.

In 1932 overleed Ingenieur Lely bij een spoorwegongeluk in Engeland.
Hij werd opgevolgd door Ir. P.Ph. Jansen.
Van 1932 tot 1936 werkte men onder zijn leiding aan de stuw en sluis te Lith. Hij maakte ook het ontwerp voor stuw en sluis.

Verder moest er een grote bocht worden afgesneden. Deze bocht bij Lithoijen werd maar voor de helft gedempt. De loswal van de gemeente Oss bleef daardoor open.
Overlijden C.W. Lely
Provinciale Noordbrabantsche en
's-Hertogenbossche courant 9 april 1932

Bochtafsnijding en aanbouw stuw. Rechts het "Hoekeind" en de molen, midden boven de stuw.

Bochtafsnijding Hoekeind

In de krant (Het Volk) van 4 april 1933 wordt bekendgemaakt dat de Maaswerken in Alphen en de daarmee samenhangende werkverschaffing gaan beginnen. Maar er komt onmiddellijk protest omdat er wel werk is voor werkelozen uit Rossum, Heerewaarden en andere plaatsen, maar inwoners uit de gemeente Appeltern komen er niet aan te pas!
Maaswerken in werkverschaffing
Het Volk 4 april 1933
De gemeente beweert dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om mensen aan te bieden. Er wordt daarover opheldering gevraagd bij het Departement. Den Haag antwoordt daarop op 2 juni dat aan de gemeente gevraagd is ook een bijdrage te verlenen aan de lonen. De gemeente heeft, in tegenstelling tot andere gemeenten, hier niet op gereageerd. Daarom zijn werkelozen uit andere gemeenten aangenomen.
Op 6 juni reageren Burgemeester en Wethouders in een antwoord aan Binnenlandse Zaken met de opmerking dat het plan voor dit werkobject van de werkverschaffing voor de werkelozen in eigen gemeente al in november 1932 is aangevraagd. Omdat de reacties positief waren was de verwachting dat de gemeente met haar eigen werkelozen op 18 april aan de Maaswerken konden beginnen. Maar tot verbazing van de gemeente genoten nu “vreemde, meestal ongeschoolde werkkrachten krachten de voorkeur”. De gemeente beweert ook nooit gevraagd te zijn om bij te dragen in de kosten.
Eind mei zijn ondertussen dan toch 15 werkelozen ingezet, waarbij het wel steekt dat deze mensen het zwaarste werk moeten verrichten en het minste verdienen: zij krijgen vaak maar 10 gulden per week voor 40 werkuren, terwijl mensen uit andere gemeenten het dubbele verdienen.

Arbeiders Maaswerken
Arbeiders bij de Maaskanalisatie: in het midden voor de paal: Jub van Oss, , daarnaast met sigaret Janus Roeffen. Twee van rechts Piet Hol, links daarnaast Jo van den Boogaard. Ook (ergens) op deze foto Albert van Zwolgen, Grad van den Boogaard en Louis van Teeffelen.

De afsnijding van de bocht bij Alphen bracht een enorme verkorting van de rivierloop. De plaats waar de nieuwe rivierbedding moest komen te liggen, werd eigenlijk door de boeren gebruikt als weiland. Vooral wanneer het erg vruchtbare grond betrof waren de boeren niet altijd gelukkig met de onteigening.
De Maas stond in de zomer vaak bijna droog. Men kon dan alleen van Lith naar Grave varen met bootjes die een diepgang hadden van hoogstens 60 cm. Door de aanleg van de stuw tussen Alphen en Lith konden voortaan schepen met een diepgang van 2 meter de Maas blijven bevaren.
Bouw stuw
Stuw bij Lith in aanbouw

In 1934 waren de Maaswerken bij Alphen in volle gang. In berichten over excursies, die mensen van de krant hier maken, lezen we dat er wel 800 mensen bij werkzaam zijn. Ze komen uit allerlei plaatsen.
Zo is er in juli een groep van 37 arbeiders uit Wamel, die in Oijen werkt. Ze worden geschorst omdat zij weigeren hun week loon, 8 tot 9 gulden, in ontvangst te nemen. Voorheen hebben zij in de werkverschaffing bij de dijkverzwaring gewerkt voor f 10,50 tot f 12,50, nu krijgen ze voor het laden van de kipkarren 14 tot 16 cent per kubieke meter, en verdienen ze zo niet meer dan 18 cent per uur. Ze moeten ook nog elke dag 3 kwartier naar en van het werk fietsen. Hun protest haalt echter niks uit. Anderen weten met hetzelfde tarief wel 15 gulden te verdienen, dus er worden andere werkers geplaatst door de Nederlandsche Heidemaatschappij, de uitvoerster van de Maaswerken.

Opzichters
Opzichters Maaswerken links boven in de deur Roelf Bruggers
Vanuit het verre Vlagtwedde komt Roelf Bruggers 24 januari 1934 in Alphen terecht als opzichter. Hij is in de kost bij Hend van Dijk aan het Moleneind. Een jaar later trouwt hij met Johanna (Jo) Termeer, dochter van postkantoorhouder Jan Termeer.

Bochtafsnijding gereed
Het Vaderland 23 augustus 1934

Op 23 augustus 1934 staat Alphen van Leeuwarden tot Maastricht in de kranten. Zelfs het Bataviaasch Nieuwsblad wijdt een groot artikel aan het gereedkomen van de grote bochtafsnijding bij Lithoijen.

Het maken van de verbindingsdam naar de pont naar Oijen, die in dit artikel uit Het Vaderland wordt genoemd, is onderdeel van de afsnijding van de volgende bocht, bij de Nieuwe Schans, die op 9 maart 1934 is aanbesteed.

Op de onderstaande luchtfoto een beeld van Greffeling in de dertiger jaren, met op de voorgrond de Greffelingsestraat en de Greffelingsedijk. Goed is te zien dat de Maas, vanaf het huis van Peter Gremmen (Schansedijk 4) naar de Nieuwe Schans dichter langs de dijk liep. Met de dijkverzwaring zijn in deze uiterwaarden de kribben tevoorschijn gekomen, en weer met klei bedekt. De Maas werd nu verplaatst richting Oijen. De Oijense veerweg werd in Oijen veel korter, maar bij het veerhuis in Alphen kwam een langere weg door de uiterwaarden naar de veerpont. Vroeger was de veerstoep hier vlak bij het veerhuis. Op de foto is de oude Maas te zien en ook de loop van het nieuw te graven tracé. De kleigrond van de uiterwaarden is al gedeeltelijk verwijderd. Rechts op de foto het dorp Oijen, wat bij deze operatie een flink stuk grond kwijtraakte. De grens tussen Gelderland en Noord Brabant werd ook hier verlegd, waardoor gebieden in een andere provincie terecht kwamen.

Arbeiders Maaswerken
Bochtafsnijding bij de Schans.

Een klein gedeelte, ong. 1 km, van de Maas bij Alphen is in de dertiger jaren op haar plaats gebleven. Het is het stuk vanaf café Van Wichen tot het huis van Hans Derks, Greffelingsedijk 16. De bocht, waarop de twee stoomgemalen aan de Nieuwe Schans uitwaterden, werd in 1935 onder handen genomen. De winst van rivierverkorting was hier veel minder, maar deze bocht leverde bij hoogwater regelmatig gevaar op. Hoge waterstand en lange vorstperiode lag het werk de eerste maanden van 1935 lange tijd stil. De oude Maasarm bleef wel een open verbinding houden met de nieuwe Maas i.v.m. de afwatering van de stoomgemalen. Eind augustus 1936 was het veer 4 weken gestremd wegens de werkzaamheden.

In maart 1936 werden de stuw en sluis bij Lith officieel in gebruik genomen. In 1939 waren de Maaswerken voltooid. Het was gelukt om de Maas te bedwingen en de rivier dienstbaar te maken aan de menselijke samenleving. De Beerse Overlaat kon in 1942 definitief worden gesloten. Het Brabantse achterland kon in cultuur worden gebracht.

(bron: De invloed van de Maas op het Maasland, Jan Cunencentrum/Gemeente Oss 1983)

WHAM logo

 


website by AageM